Sponsors

Spelregels tennis

tennisveld

Bij tennis wordt een bal met een racket over een net geslagen. Het doel is om het de tegenstander(s) onmogelijk te maken de bal op dezelfde wijze terug te slaan. Als dat lukt scoort men een punt.

Het spel begint met de service (opslag), geslagen vanachter de baseline, over het net en binnen het servicevak aan de andere zijde dan van waar men opslaat (dus van rechts naar links of van links naar rechts). Het servicevak wordt begrensd door de servicelijn, de centre service line en de singles sideline in het figuur hierboven. Een buiten bereik van de tegenstander geslagen service heet ace. Na elke game wisselt speler/partij die serveert, na de eerste en vervolgens elke twee games wisselt men van speelhelft. 

Bij het terugslaan van de service moet de bal stuiten, in de navolgende slagenwisseling (rally) mag men de bal ook ineens retourneren (volleyen). 


De speleenheid is de game, gewonnen door de speler die het eerst vier punten heeft gescoord: waarbij de traditionele telling is vanaf 0 ("love" - afgeleid van het Franse l'oeuf = ei) is 15-30-40-game. 
Bij 40-40 (deuce) wordt doorgespeeld tot twee punten verschil. Het eerste punt heet dan advantage (voordeel), het tweede game. Wie het eerst zes games heeft, wint de set, maar het verschil moet twee games zijn. Daarom heeft men, om lange partijen te voorkomen, men de tie-break ingevoerd. In de dertiende game serveert de speler die aan service was eenmaal en daarna beide spelers om beurten tweemaal. Het spel wordt gewonnen door degene die het eerst zeven punten scoort of na 6-6 twee punten verschil bereikt. Wedstrijden worden gespeeld om best-of-three (twee gewonnen sets) of best-of-five (drie gewonnen sets).

Wedstrijden worden gehouden in dames- en heren enkelspel, dames- en heren dubbelspel en gemengd dubbelspel.  

Een uitgebreidere versie van de tennisspelregels vindt u in dit document.



Delen

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!